Het lopen is een motorische basiseigenschap, in de atletiek erg belangrijk omdat deze bewegingsvorm in de meeste disciplines aan bod komt.
Er zijn een heel aantal criteria die prestatiebepalend zijn voor de looptechniek. We delen eerst even de looppas in verschillende fasen op:


- Begin van de fase: verticale moment van het afzetbeen (beeld 1 en 2)
- Einde van de fase: Loskomen van de afzetvoet van de grond (beeld 4)
- Functie: Steunfunctie: ontwikkelen van een optimale horizontale voortstuwing
- Begin van de fase: Loskomen van de afzetvoet van de grond, afzetbeen wordt zwaaibeen.
- Einde fase: Verticale moment van het bovenbeen van het zwaaibeen (beeld 6)
- Functie: Zwaaifunctie: ontspanning van het zwaaibeen geworden afzetbeen en voorbereiding tot actieve knieheffing
Criteria die bepalend zijn voor loopprestaties:
- Romphouding en hoofd
Romp wordt in het verlengde van de wervelzuil gehouden; bij spurt zal de romp, wegens de grotere snelheid lichtjes naar voor hangen, bij midden- en lange afstandlopen i sdit minder uitgesporken of is de romp zelfs gans recht. Het hoofd wordt ontspannen in het verlengde van de romp gehouden zonder mee te bewegen.
- Armbeweging
Bij lange afstand zijn de armen parallel aan de romp. Schouders mogen iets meebewegen.
Meer info over de armbeweging 
- Beenbeweging
De afstootfase (achterste been) zal de snelheidsontwikkeling en -behoud bepalen. Belangrijk is dat het krachtimpuls van de benen op de romp wordt overgedragen door een optimale strekking van voet-, knie-, en heupgewricht. Gelijktijdig wordt het voorste been sterk gebogen, snel naar voren- boven gebracht, het onderbeen gaan ontspannen in de looprichting verder waardoor de voethouding wordt voorbereid.
- Voetplaatsing
De voetplaatsing is afhankelijk van de loopsnelheid en de paslengte. In de spurt landt men actief op de buitenkant van de bal van de voet. Tijdens lange afstandslopen loopt men op de buitenkant van de middenvoet of hiel waarbij dan de voet verder afrolt over de midden- bal van de voet.
Een goede coördinatie tussen romphouding, arm- en beenbeweging en voethouding zal tot een optimale looptechniek leiden.
Fouten bij het lopen
- Onvoldoende strekking van het steunbeen: enkel- knie- heup. Eventueel door gebrek aan kracht van enkel- knie- heupstrekkers.
- Onvoldoende heffen van de slingerknie. Eventueel door gebrek aan kracht in heupbuigers
- Onvoldoende hoog doortrekken van de slingerknie
- Romp: te recht of te veel achterwaarts geneigd
- Armen: coördinatie fout, onvoldoende inzet, ellebogen niet gebogen
- Voeten: plaatsing is scheef, afrollen, contacttijd met de grond
- Hoofd: teveel meebewegen, teveel achterwaarts of voorwaarts gebogen
- Niet ontspannen lopen
Oefeningen?
"Oefeningen? Wat heb ik nou aan m'n fiets (loopschoen) hangen", zie ik beginners denken. "Met nieuwe schoenen, een schema en wat rek- en strekoefeningen uit een bekend looptijdschrift kan ik toch gewoon van start?"
Nee, helaas. Om blessurvrij te trainen en een goede basistechniek te ontwikkelen zijn er een aantal randvoorwaarden. In deze rubriek staan oefeningen die je helpen om beter te lopen. Kay Bing Oen geeft je tips, waarmee je je kunt ontwikkelen tot een complete loper.
Klik hier voor de oefeningen 
AS©ProRun