Waarom trainen met een schema?
Het lopen van een halve of hele marathon is een zware inspanning. Om gezond en verantwoord aan de start te staan is het belangrijk dat je je via een trainingschema voorbereidt. Een goede atletiektrainer is in staat je een dergelijk schema te geven. Vaak zijn dit schema's die voor een hele groep gemaakt zijn. Op zich kan dat prima werken maar beter is als je natuurlijk een schema krijgt dat voor jou op maat gemaakt is. Bij een goed schema wordt rekening gehouden met de juiste afwisseling van inspanningsbelasting en rust. De totale inspanningcylus hoort geleidelijk aan op te lopen. Zo zal een beginnende loper eerst enkele minuten mogen lopen en geleidelijk aan steeds langer lopen tot bijvoorbeeld een half uur. Ook zal er in een schema op de verschillende dagen een afwisseling in de te lopen tijden c.q. afstanden staan.
1. Supercompensatie
In principe is trainen gebaseerd op het verstoren van het fysiologisch evenwicht. Ook wel homeostase genoemd. Op het moment dat we het lichaam op een juiste manier belasten (trainen), worden de energievoorraden aangesproken en wordt hierdoor het fysiologisch evenwicht verstoord. Tijdens het herstel zal het lichaam de voorraden weer aanvullen en met name de glycogeenvoorraden in de spieren en de lever zullen extra aangevuld worden om beter bestand te zijn tegen een volgende belasting. Men noemt dit verschijnsel ook wel supercompensatie of overcompensatie.

Theoretisch gezien moet de eerst volgende trainingsbelasting ( prikkel) plaatsvinden tijdens de periode van super(over) compensatie. Een trainer staat dus voor de taak om precies te bepalen wanneer de supercompensatie plaatsvindt en zal op dat moment de volgende belasting plannen. Indien men dit niet of te laat doet, verdwijnt het supercompensatie effect en komt het lichaam weer terug in zijn oorspronkelijke evenwicht toestand. Bij een juiste toepassing van dit principe zal er een stijgende lijn in de ontwikkeling te merken zijn.

Hiermee begrijp je ook meteen dat je uiteindelijk met één keer per week trainen geen enkel trainingseffecten kunt behalen. Je moet dus minimaal twee tot drie keer per week trainen. Naarmate men meerdere jaren traint zullen de trainingsbelastingen zwaarder en frequenter moeten zijn als je nog een aanpassing (adaptie) wilt bereiken. We noemen dit trainen volgens het overload principe
2 Overload principe
Door (veel en regelmatig) te trainen ontstaat er in je lichaam een bepaald niveau.
Als je net met hardlopen begint ga je met sprongen vooruit. Je beginniveau verbetert snel omdat je nog relatief ongetraind bent, en snel reageert op de trainingsprikkels die je toegediend krijgt.
Na verloop van tijd zal dit steeds moeilijker gaan omdat je trainingsniveau verbetert en je lichaam past zich op een bepaald moment aan aan de trainingsprikkels. Het gevolg is dat de trainingsprikkel van vandaag geen trainingsprikkel meer is voor de training van morgen
Om toch vooruitgang te boeken zul je steeds zwaardere of meer gevarieerde prikkels moeten toedienen. We noemen dit overload.
Door veel trainers wordt hier te weinig rekening mee gehouden. Over een lange reeks van jaren zie je dan vaak dat er met eenzelfde intensiteit en met dezelfde trainingsmiddelen wordt getraind.Van verstoring van het functionele evenwicht is dan uiteindelijk geen sprake meer en de atleet boekt dan geen progressie meer.
Klik hier voor deel 2